Een paar jaar geleden herdachten we de start van de Eerste Wereldoorlog. Daardoor stonden natuurlijk al de geschiedenisleerkrachten te springen om met hun leerlingen naar één of ander museum te gaan en net zoals elke andere middelbare student was ik daar ook slachtoffer van. We gingen naar het In Flanders Fields museum, een museum dat in Ieper ligt en dat specifiek gefocust is op de Eerste Wereldoorlog. Iedereen behalve de leerkrachten zelf keken er natuurlijk tegenop. Maar wat we niet wisten is dat er eigenlijk een interactief gedeelte aan het museum zat.

Toen we uiteindelijk aankwamen kregen we een wit, plastic armbandje aan dat moest lijken op een klaproos, een symbool dat nog altijd vaak wordt gebruikt wanneer men over WO1 spreekt. In het museum zaten ook andere klaproos icoontjes, als je daar tegen je armband hield dan werd er een video fragment geactiveerd dat een anekdote of een testimonial uitbeeldde. Zo werd ons saai uitstapje al iets interessanter want zo kregen wij als student ten minste een iets actievere ervaring.

Maar laten we eerlijk zijn, gewoon een armbandje tegen een houten
bordje houden is over het algemeen nog
altijd niet spetterend interactief. Vooral als de videofragmenten zelf niks interactief hadden. Als ze 1116bijvoorbeeld al een klein vraagje op het einde van elke fragment zouden zetten dan konden ze mensen al wat meer betrekken. Vooral als er dan op het einde je score wordt bijgehouden van hoeveel vragen je juist had of niet of hoeveel vragen je al beantwoord had. Zo wordt het al een kleine competitie of een zoektocht naar wie al de vragen kan vinden en wie ze de beste score had. In ieder geval: het was een goede poging tot het interactief maken van een museum maar het kon zeker meer uitgediept worden.